Over
Opleiding – Ervaring – Eigen lespraktijk – Altviool
Opleiding
Als meisje van 3 wilde ik al graag vioolspelen, maar privé-lessen zaten er in ons groeiende gezin niet in. Daarom kreeg ik van mijn vader blokfluitlessen tot het moment dat de deuren van de muziekschool zich voor me openden. 9 jaar was ik, toen ik eindelijk op vioolles mocht. Ik sprong een gat in de lucht!
In 1975, ik was toen 17, werd ik toegelaten op het Brabants Conservatorium. Mijn hoofdvak was viool en meneer Riemens was mijn leraar. Na vier jaar behaalde ik mijn onderwijsakte A met glanzende cijfers. Voorzichtig ging ik voor vier uurtjes aan het werk aan de Zeeuwse Muziekschool.
Ervaring
Het jaar daarop breidde mijn lestaak zich uit tot 36 uur. Daarnaast vervolgde ik mijn muziekstudie voor onderwijsakte B. Tijdens dat jaar werd mijn leraar ziek en afgekeurd; hij stuurde ons naar zijn voormalige leraar Georges Octors in Brussel. Met een hele club Nederlanders togen we daar naartoe, werden aangenomen en kwamen van het kneuterige Tilburg ineens in de internationale klas van het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Twee lange jaren elke week een dag naar Brussel. Interessant, want ik had nog nooit zo degelijk les gehad, maar ook dodelijk voor de pure musiceerlol…. Zonder verdere kwalificaties ben ik in 1983 gestopt in Brussel en heb ik mijn viool zeker een half jaar niet aangeraakt, uit pure frustratie. Daarna heb ik de draad wel weer opgepakt.
Ik was ondertussen getrouwd met een pianist. Gedurende tien jaar hebben we samen concerten gegeven. Eigenlijk waren we in de jaren ’80 van de vorige eeuw een tamelijk beroemd koppel in Zeeland. Het hele ijzeren viool-pianorepertoire hebben we voor het voetlicht gebracht. Sonates van Beethoven, Brahms, Grieg, virtuoze staaltjes van Kreisler, Wieniawsky…
In de tachtiger jaren veranderde er heel veel in het muziekschoolonderwijs. In 1980 had elke leerling een half uur les, met mogelijkheid tot uitbreiding naar 45 minuten. De bomen werden echter snel korter. De grote bezuinigingswoede sloeg toe. Onder het mom van ‘leuker voor de kinderen’ werden er groepslessen ingezet en werden lestijden per leerling dramatisch ingekort. Directeuren wezen ons op de meerwaarde en de pedagogische voordelen. Het aantal valse noten per uur steeg echter schrikbarend.
Eigen lespraktijk
In 1992 ging ik terug naar Brabant. Na tien jaar stilstand in mijn eigen onderwijs, begon ik aan een fikse inhaalslag. Binnen de kortste keren stond ik als dirigente voor een koor (altijd stiekem al gewild), dus er volgde een cursus koorleiding. Hierin liep ik tegen de grenzen aan van mijn kunnen op vocaal gebied. Ik ging dus ook maar zanglessen volgen. En omdat ik tijdens mijn conservatoriumopleiding bedroevend weinig onderwijsvaardigheden had opgedaan, ging ik me bezighouden met Algemene Muzikale Vorming, in de vorm van de zomercursus van Gehrels. Ondertussen speelde ik als aanvoerder van de tweede violen bij een goed amateurorkest in de regio.
Medio 1995 stopte mijn werk in Zeeland. Sindsdien heb ik geen vaste vioolbaan meer aan een muziekschool. Wel heb ik langdurende vervangingen gedaan in Den Bosch en Rosmalen. In Brabant was men al veel verder met de kaasschaaf langs het muziekonderwijs gegaan. Hier werden heel korte lessen gegeven. En dat stond mij zeer tegen. Daarom begon ik in 1999 begon ik mijn eigen vioolschooltje: “Myrakelmuze”.
Altviool
Dat was eigenlijk nog maar het begin van mijn huidige werkzaamheden. In 2000 werd ik op een dag gebeld door een collega van vroeger, met wie ik altijd al iets samen had willen doen. Of ik altviool wilde spelen in zijn ensemble. Dit was een heel gelukkige dag voor mij. Vanaf mijn veertiende koesterde ik een geheime liefde, namelijk de altviool. Helaas lieten de omstandigheden het nooit toe om dit instrument op te pakken. Maar nu greep ik mijn kans en ging ik bij Frank en Jelle in het Prismatrio spelen.
In 2004 speelde het Eindhovense Helikon Symfonieorkest de negende symfonie van Beethoven. Omdat ook mijn dochter en mijn man meespeelden, leek het me wel wat om die symfonie eens met altviool te proberen. Het werd toen echt serieus met de alt. Via een jonge speelster in de altgroep, kwam ik in contact met een altvioollerares. Het was mijn oud-studiegenoot en oud-collega Gisella Bergman. Omdat altviool net iets anders is dan viool, besloot ik in 2005 om een zomercursus te volgen.
De studiealtviool verkocht ik aan een leerling en ik zocht een mooi instrument. Dat is een heel verhaal, het zoeken naar een goede altviool. Ik ben wel een fors mens, maar niet bijzonder groot. Toch zocht ik een instrument waarmee mijn gepassioneerde spel goed tot zijn recht komt. Dat vond ik na een zoektocht bij de vioolbouwster Annelies Steinhouwer. Vol trots bespeel ik haar 39,5 cm lange “Lodewijk”, die zij bouwde voor Lodewijk de Boer in het jaar 1978.
20 oktober 2010 heb ik mijn eindexamen aan de Fontys Hoge School voor de Kunsten gedaan. Mij is de titel Master of Music verleend, met specialisatie altviool uitvoerend en educatie.